home
logo
linkslogroute
Zeikerds
door Frank Antonie van Alphen

Al enige tijd volgde ik als stukjesschrijver met belangstelling de muziekcarrière van Stefan van den Berg en zijn Mummy's A Tree. Totdat mijn aandacht zo groot werd, dat alleen er over schrijven mij niet meer voldoende was. Nu speel ik zelf bij Mummy's A Tree, als slagwerkkoelie. Maar dit stuk over de Grote Prijs stamt nog uit de tijd dat ik Stefan niet met drumstok, maar met pen volgde.
Lees meer...
Lees minder...

"Chauffeur? Mag de kachel wat zachter?" "De kachel heeft maar twee standen," laat de chauffeur weten: aan en uit. Of deze bus is voor de Aziatische markt ontwikkeld, of gebruikt voor tripjes naar de midgetgolfbaan. Als Atlas zijn globe torsend kreupel ik richting mijn vriendin Manon - die al eerder in de bus was gaan zitten - en hijs mijn kleine twee meter in de stoel naast haar. Naast ons, in het gangpad, staan een aantal kratten bier klaar. Zo zijn wij straks al lekker op temperatuur voor het concert van vanavond. Veel te laat vertrekken we uit Nijmegen. Dat wordt plankgas naar Amsterdam, op naar onze cultureel oververhitte hoofdstad. Een cameraploeg van Omroep Onbekend gaat mee om een sfeerreportage te maken. Met een bouwlamp als belichting wordt de aanhang langzaam maar zeker blindgefilmd. Je moet er wat voor over hebben. In twee bussen zitten de vaste en deeltijdfans van Mummy's A Tree, de band die als terechte winnaar van de Gesel van Gelderland is doorgerold naar de finale van de Grote Prijs van Nederland. De Geselwinnaar werd automatisch geselecteerd voor de Finale Grote. En wij zijn hier om Mummy met twee bussen vol enthousiasme te ondersteunen in de Melkweg. Dat zullen we nog wel eens zien. Al in Arnhem wordt de hobbel van nijpend tijdgebrek verder opgehoogd: meer fans worden opgepikt, midden in de stad. En we zitten al zo ruim in de tijd, De Melkweg wacht op ons. Om 20:00 moeten we in Amsterdam zijn, om 20:20 moet Mummy spelen, als tweede band. Het is nu 18:30. Dus tijd genoeg voor een hondenslaapje.

Met het overlijden van Stefans moeder kwam de naam Mummy's A Tree tot leven. Het idee dat uit een kerkhofboom de ziel van de overledene in het hout van een gitaar terecht kon komen, werd een troostende gedachte. Die gitaar werd Stefan van den Berg en zijn formatie Mummy's A Tree.

IK MOET PLAAAAASSSSSEN!! Ik schrik op uit een druk bezochte droom vol feeën in het fabelhout. Aan het verzoek om plaspauze wordt aanvankelijk geen gehoor gegeven, "want jongens over een klein half uur moeten onze jongens spelen!" Totdat de wanhoopskreet weer klinkt en het verzoek om gerief gehonoreerd wordt. "Twee duimen voor Melanie," juichen haar vrienden ramenkloppend tegen hun reisgenote in de berm. En Melanie blijft maar hurken, de kraan gaat helemaal open. "Wat een verbroedering," kreunt het manvolk opgelucht omhoogritsend. Ook Melanie neemt weer plaats in de bus en verzucht dat het anatomisch maar allemaal slecht geregeld is voor de hurkende vrouw. "Bier? Ja! Mij ook een biertje!" Kringspier en blaas worden wederom op de juiste spanning gebracht. Proost, op naar de volgende stop. Elke keer wanneer de chauffeur afremt, rollen morsende flessen bier over de vloer, onder stoelen door. Ook de prullenbakken houden het niet recht. De busverhuur zal blij kijken morgenvroeg. Het is 19:55.

In de ramen druppelt en druipt het stadslicht van Amsterdam, de juiste film voor de filmmuziek van mondharmonicaman Toots Thielemans. "Plaspauze," roept iemand weer, blijkbaar geïnspireerd geraakt door het druilerige panorama van de nachtelijke hoofdstad. "Maar we zijn er bijna gek!" "Weet iemand de weg naar de Melkweg," wordt er plots van voor naar achter geroepen. Dat is toch een grapje zeker. Jassen in de aanslag zakken slap terug in stoelen. Stoplicht. Zo komen we nooit op tijd. Gestommel klink achterin: "Ik weet de weg." Reddende engel Mischa hijst zich naar voren, glippend en glijdend over het van gemorst bier gladde gangpad. Nog een stoplicht. Vriendin Yvonne belt vriend Robbert in de Melkweg: "blaas je sax alvast maar warm, we komen eraan." De wijzers op de klok boven het hoofd van de chauffeur zetten zich schrap. Bijna op tijd, bijna gered.

20:15. Uitstappen. "Half twee weer voor Paradiso," duidt onze chauffeur de plaats van vertrek. Snel uit die bus en naar de Melkweg. Iemand wordt bijna nog van de sokken gereden door een langssuizende mountainbike. We lopen naar binnen. Kaartjes worden ingenomen door een tweetal portiers. Mijn vriendin hangt haar jas weg, terwijl ik intussen in een hoekje in mijn notitieboekje krabbel (of waren het drie portiers?). Voor ik het weet heb ik bekijks. "Heb je de lagere school wel overleefd?" vraagt een blonde dame lachend over mijn hanenpoten. "Dit handschrift is een al langer genomen veiligheidsmaatregel omdat ik een keer een boekje vol intieme regels in de trein had laten liggen. Sindsdien hou ik het sprookje levend dat een slecht Nederlands lezende schoonmaker, een schrijfblokje achteloos in een vuilniszak gooit." De blondine schaterlacht. Een jongen met een vetkuif naast haar begint te oreren dat hij ook met poëzie en korte verhalen bezig is, en neemt een slok bier.... Snel berg ik mijn woorden op. "Kom Manon, we gaan naar de zaal." De zaal zit bomvol. We lopen regelrecht tegen de aankondiging van spreekstalmeester Bob Fosko aan en plonzen midden in de Grote Prijs. "Dames & Heren: Mummy's A Tree!" Stralend staat de groep in het voetlicht van de aandacht. Geef ze van Jetje jongens. Het is precies 20:20.

Jetje luisterde wel, Jetje juichte zelfs honderd keer, maar de Grote Prijs-jury wilde niet luisteren, noch doortasten. Met het onweer van verlies in het hoofd nemen we weer plaats in de bus. Wat een sukkels. Zelfs niet als 'vernieuwend' werd Mummy bovenaan het juryoordeel vermeldt. Zeikerds. Belachelijk. Drie van de vier bandleden stappen een beetje verlept in, om zich terug naar Nijmegen te laten geleiden. Werd de heenreis al geteisterd door plaspauzes, de terugweg blijkt een ware plaspogo. Om de haverklap moet er wel iemand uit om zijn of haar blaas te ledigen. Dat stappen straks in Nijmegen kunnen we wel vergeten zo. Het rock & roll kippenhok, het dronken schoolreisje, zet zich druk kletsend weer in beweging. "Iemand cola?" "Nee ik heb 'm net uitgemaakt." Het laatste bier wordt soldaat gemaakt, het onweer snel verdreven; ook de band zelf ontdooit een beetje. Die kutgroteprijsjury ook. Blind waren ze. Tijdens de Gesel van Gelderland luisterde een doortastende groep commissarissen tenminste nog door de barre geluidsproblemen heen. In de Melkweg luisterde een zeikjury van dovemansoren naar een prima optreden. En Mummy's A Tree ging nog wel helemaal met de billen bloot.
De fans ook, want tijd voor een volgende stop. Vrolijk glijdt en glibbert de blaasbrigade alweer naar voren. Naast mij blijft Manon onverstoord doorslapen.
De koplampen van de bus snuffelen alweer aan de snelweg, de wijzers van de klok blijven naar Nijmegen wijzen. "Dat halen we nooit meer, dat stappen." Ik kijk naar de kromme knieën van de tijd en vraag aan niemand in het bijzonder of er nog bier is.

Een onzichtbare walkman in je hoofd
door Ton van der Most

Mummy's a Tree is een band die altijd opvallend goede recensies krijgt, maar net niet echt bekend is. Een goede reden om eens wat vragen te stellen aan oprichter Stefan van den Berg. Over de naam, hun muziek en hun inspiratie.
Lees meer...
Lees minder...

“De naam Mummy's a Tree komt van een nare gebeurtenis”, vertelt Stefan. “Mijn moeder is overleden toen ik 13 was. Ik stelde me voor dat mijn begraven moeder diende als voeding voor een boom vlakbij op het kerkhof. Zij zit dus eigenlijk een beetje in die boom. Van die boom kun je een gitaar maken, waarop je jouw liedjes speelt. Ik vind dat een heel troostend beeld.”

Gejaagdheid en onrust
“De muziek van Mummy's a Tree had in het begin een gejaagdheid in zich. Die kwam heel erg voort uit een persoonlijke onrust, kwaadheid. Dat was heel krachtig. Op dit moment zit er veel meer rust in de muziek. Maar we zijn ook tien jaar verder. Mijn stem is anders, dieper. De kracht komt nu meer uit de rust. Onze muziek is te omschrijven als melodieuze gitaarpop met invloeden uit allerlei muzieksoorten, van chanson en volksmuziek tot rock. Alles wat ik hoor aan goede muziek, mengt zich in mijn hoofd en komt er in mijn eigen stijl weer uit.” In het begin werd Stefan sterk beïnvloed door John Frusciante en Jeff Buckley. “Dat was goed te horen, maar op de laatste cd is de muziek meer van mezelf geworden. De invloeden zijn minder goed aan te wijzen, denk ik.”

Opnieuw beginnen
Tot nu toe bracht Mummy's a Tree twee cd's uit, Strange Darling (2000), Loftmusic For Millions Yet Unaware (2005) en een LP, Mummy's a Tree (2002, opnames uit 1996). Die werden in de pers allemaal over het algemeen lovend tot zeer lovend ontvangen. “Daar hebben we geluk mee, want je bent er wat betreft het slagen van je bandcarrière toch gedeeltelijk afhankelijk van. Naast het allerbelangrijkste natuurlijk, de mond-tot-mond reclame.” Van begin 2001 tot begin 2005 was Mummy's a Tree er even tussenuit. “Dan merk je wel dat je je contacten weer voor een groot deel opnieuw op moet bouwen. Gelukkig zijn we nu met drie man sterk bezig met de promotie, en dan kun je veel werk verzetten. We zijn begonnen in januari en de reacties beginnen langzaam los te komen. We hebben een aantal optredens staan. Natuurlijk kunnen er nog veel meer bij, en dat gaat ook gebeuren.”

For the millions?
In het verleden was Mummy's a Tree vooral bezig met het verkrijgen van een platendeal. “Dat was lastig, omdat de muziek vaak wel gewaardeerd werd door maatschappijen, maar ze konden er zakelijk weinig mee, dus dan houdt het op. Er zit een knipoog in 'music for millions yet unaware'. Die bewustwording, dat kost de nodige inspanning. Dat doen we nu zelf. Je kunt dat laten, maar wij vinden het erg de moeite waard om onze muziek voor het voetlicht te brengen. Met Loftmusic zijn we dus niet gericht op een platencontract, we proberen met onze eigen middelen ruchtbaarheid te geven aan de cd en internet is daarbij erg handig. Op die manier zijn veel mensen makkelijk te bereiken. Onze site (www.mummysatree.com) zal ten tijde van het verschijnen van deze Backline wel in de lucht zijn. Of bijna.”

Walkman in je hoofd
De vergelijkingen met Led Zeppelin, Jeff Buckley en Blind Melon kan Stefan tegenwoordig niet meer zo plaatsen: “Vroeger dus wel. Maar die etiketten blijven toch vaak nog wel een tijd aan je kleven. En als je snel de sfeer van muziek wil schetsen, gaat dat toch vaak het makkelijkst in de vorm van vergelijkingen met andere bandjes. Muziek rust of rijpt een tijdje in mijn hoofd en komt er dan op mijn eigen manier uit. Dan hoor ik een melodietje in mijn hoofd, soms gelinkt aan een zinnetje, en dat ontwikkelt zich. Het is een soort onzichtbare walkman die zichzelf afspeelt in je hoofd. En als je dan beslist er echt iets mee te gaan doen, begint (vaak) het harde werken. En dat kan soms lang duren. Eén liedje van Loftmusic (Paraluna) heeft er bijna tien jaar over gedaan om in de huidige vorm op de cd te belanden.” Stefan werkt vrijwel altijd vanuit de muziek: “Ja, nooit vanuit een tekst of gedicht, tenzij die tekst van iemand anders is. De tekst van het nummer Elusive Life bijvoorbeeld is een gedicht van Hans van de Ven.''

Tweemansbezetting
Op ouder werk maakte Mummy's a Tree veel gebruik van blazers: dwarsfluit, altsaxofoon en basklarinet. “Dat had te maken met het feit dat ik graag de extra in de muziek bedachte melodielijnen wilde laten vertolken. Daarvoor wilde ik niet de standaard tweede gitaar gebruiken, maar iets bijzonders: blazers dus. Op de laatste cd spelen we met een tweemansbezetting, gitaar/zang en slagwerk/ synthesizer/ achtergrondzang. Alle instrumenten staan in dienst van het liedje, en waar nodig hebben we instrumenten toegevoegd.” Producer Frans Haarmeijer heeft al zijn kennis en ideeën ingezet om de liedjes op hun best te laten klinken. “Hij was tijdelijk ons derde bandlid. Frans kent het oude popinstrumentarium, maar is ook erg thuis in het moderne instrumentarium, zoals samples, en hij weet geluidstechniek perfect in dienst te stellen van muzikale ideeën. De instrumenten die we op deze cd hebben gebruikt zijn banjo, ukelele, piano, harmonium en hier en daar wat mooie geluidsintro's en -effecten met o.a. glazen, potten en pannen, een kartonnen doos en wat we onderweg naar de studio al niet meer tegenkwamen. Daarnaast hebben een aantal gastmuzikanten meegespeeld: Nassiri Belganch op contrabas en Hans Vader op cello.” Op dit moment wordt een derde bandlid ingewerkt: “Daarmee klinkt het podiumgeluid voller als dat nodig is en kunnen we lekker loos gaan, met de voetjes loskomen van het podium. Een tweemansbezetting is intiem, en dat is erg mooi, maar soms wil je ook meer kunnen uitpakken.”

Dramatische film
Stefan is de enige constante factor geweest in de afgelopen tien jaar. "Nou ja, tien jaar klopt niet helemaal, want tijdens die 'rustige' periode deed ik allerlei andere dingen. Sommige daarvan doe ik nog steeds, het Familietrio de Tivolies bijvoorbeeld, dat jaren vijftig muziek maakt. Nu beleven we de derde bezettingswisseling, met Frank Antonie op slagwerk. Wat er vooral veranderd is, is mijn manier van liedjes schrijven en mijn stem. In beide zit meer rust en basis.''
Wat zijn de plannen voor de komende tijd? “Veel spelen op mooie plekken, samen spelen met fijne bands en steeds beter en onontkoombaarder worden natuurlijk. En als ik voor mezelf spreek, zou ik graag de song bij de aftiteling van een dramatische film schrijven en uitvoeren. Dat mensen snikkend de bioscoop uitkomen en het gevoel hebben dat ze de hele wereld weer aankunnen. Een nummer laten uitvoeren door Nina Simone gaat helaas niet meer, dus dat strepen we af.” En de lange termijn? “Daarvoor heb ik geen duidelijke plannen, behalve op de juiste plek de juiste muziek maken.”

Afscheid doet zeer - 2 januari 2007
door Frank Antonie van Alphen

Den Bosch. Hier speelt Mummy’s A Tree vanavond, op de vaste singersongwriteravond in café De Rode Pimpernel. In de stad die een slordige twintig jaar geleden een onvergetelijke band voortbracht. Ja, ja, die zoete herinneringen. HGPS had ik die band gedoopt, de afkorting van een naam die ik maar beter niet verklap.
Lees meer...
Lees minder...

Een definitie voor onze muziek is nooit gevonden. Er schijnen destijds vergelijkingen met het Belgische TC Matic te zijn gemaakt, maar dat dunkt mij teveel eer. Met z'n vieren waren we: mijn broer op basgi¬taar, Vincent van der Aa op drums, Edwin Paanakker op gitaar en ik op zang (nou ja). Ik dacht dat weinigen HGPS leuk vonden eigenlijk, maar toch kwamen er aardig wat mensen naar ons laatste concert kijken. Men kwam langs om er zich van te verzekeren, dat wij er ook daadwerkelijk mee ophielden natuurlijk. Nou: ik zou voor lange tijd geen podium meer durven te betreden, het publiek kon er gerust op zijn. Het begon allemaal nog veelbelovend. Edwin wilde zijn ferra¬rirode gitaar kapot slaan, om het afscheid luidruchtig kracht bij te zetten. Gèk was ik op dat ding, en gelukkig kon ik onze gitarist met het juiste bedrag van de sloop weer¬houden. Hij ¬stak op z’n tijd namelijk graag een blowtje op, maar had nooit geld. Nou het zou me het af¬scheids¬con¬certje wel worden, daar in café De Boule¬vard. Een vriendin kwam langs om onze begra¬fe¬nis te vieren. Mijn broer¬tje hád al een teringhekel aan haar, en hij zou na die avond alleen nog maar een grótere teringhe¬kel aan haar krij¬gen. Die vriendin kwam namelijk langs met een voorraadje wiet. En met een fles whiskey. “Frank doe rustig aan” waarschuwde broeders nog, die toch ook niet de geringste innemer was, maar tegen vervaarlijke genotsexessen een uitermate efficiënt afweersysteem bezat. Ik bezat die brandwerende laag in mindere mate. Frank zou je dat nou wel doen? keek mijn broer mij indringend aan, met zijn koolbruine kijkers. Een paar joints en een half geleegde fles Jack Daniels later kon het feest begin¬nen. “Rock & roooo¬olll! Waarrrr isj die micwo¬foon dan!?” “Daar Frank – DAAR! - draai je eens om!” Maaw de woowden die ik ZZZING klinken hééél anders dan de woowden die ik in me hoofd heb. En waajom sjpeelt de band een héééél ander njummer bij mijn tekft. En waawom kijkt mijn bwoew¬tje so booos. Mijn arme broer pro¬beerde nog mijn zangpar¬tijen over te nemen, maar kwam niet verder dan wat tekstflar¬den. In staat alleen pri¬maire kreten te slaken, hing ik in de bek¬ken¬stan¬daards van Vincents drum¬stel, terwijl mijn broer¬tje mij molo¬tovcocktail¬blikken toe¬wierp. Nauwkeurig regis¬treerde opna¬meappa¬ratuur de roem¬loze ondergang van HGPS. Nog eeuwen zouden die Boulevard Tapes door de Bossche muziekscene rouleren (welke lummel heeft die tapes toch doorgekopieerd!?). Maar ik was niet de enige die het moeilijk had. “Frank je kunt maar beter gaan!” werd mij aangeraden, terwijl mijn broertje enigszins in bedwang moest worden gehouden. Ik kreupelde terug naar huis - door onzichtbare geleide¬hond gehol¬pen - met het getier en gefoeter van broeders in¬ mijn hoofd. Sjesus wat was ik rock & roll. De vol¬gende morgen veerde ik in dolle paniek uit bed omhoog. MAAR WAAR IS MIJN PORTEMONNEE DAN!? Voor mijn knalbezo¬pen nean¬dertaal had HGPS nog poen gekregen ook. Won¬derwel vond ik het bandgage terug, op de plaats waar ik het blijk¬baar de avond ervoor had achter¬gela¬ten. Verschaald licht hing in café De Boule¬vard. Droef ¬klonk ap¬plaus in mijn oren na, als een zeikstraal in klet¬te¬rend uri¬noir. Nee aan mij was écht een talent verloren gegaan.

Niet zo rock & roll - 12 januari 2007
door Frank Antonie van Alphen

“Kijk, daar is het man! DAAR! Shit. En hier kunnen we niet keren.” Weer schieten we ons doel voorbij, en wéér rijden we de Erasmusbrug over en moeten we omdraaien. We rijden terug over de brug. Daar ligt het Waterfront. Daar moeten wij vanavond spelen. Probeer er maar eens te komen met de auto, bij het Waterfront in Rotterdam. Vooral als de chauffeur/zanger/gitarist uit Twente komt, en de bijrijdende drummer zonder rijbewijs – maar mét dyslectische kwaliteiten bij het kaartlezen - al eeuwen ex-rotterdammer is.
Lees meer...
Lees minder...

“Zet de auto hier maar aan de kant Stefan, ik loop er wel heen, en vraag of iemand ons naar binnen wil gidsen.” Onze alleraardigste platenbaas zal zich als vrijwilliger melden om ons naar de losplek op de Boompjes te brengen, aan de rivier. De Maas wordt met bakken tegen de kade aan gekwakt. Mijn schipperskinderhart waait open. In gedachten schroef ik mijn houten been aan, bedenk een ooglap voor mijn linkeroog, en zet de imaginaire papegaai op mijn linkerschouder en stap uit. Om weemoedig gedichtjes prevelend, over het water van de Maas te gaan staren. Want zo werd mijn persoon kortgeleden weer eens omschreven door een wat onhandig popjournalist. Ik zing als schipperskind doorlopend liedjes van de zee, de geur van Brandaris hangt om mij heen, en ik draag Fisherman’s Friend traantjes in mijn ogen. En dat papegaaide weer een andere journalist na, toen ik met mijn eigen band - Oerbek – optrad. Maar vandaag speelt Mummy’s A Tree, en daarin zing ik niet, maar ben ik werkzaam als slagwerkkoelie. Waterfront ligt op een prachtige locatie, oefenruimtes en het cafégedeelte hebben uitzicht op de rivier. Straks zal ik al drummend de schepen voorbij kunnen zien varen. Maar eerst even uitladen nu. We lopen naar binnen. Dit is de tent waar mijn grootmoeder mij ooit voor waarschuwde: “Daar zit dat langharig tuig met van die injectiespuiten.” Op een dag kwam ik thuis met zo’n spuit: “Kijk oma, gevonden!!” Gelukkig lag het luchtdicht verpakt en had oma nog een gezond hart. Ik heb hier in 1968 Wally Tax een keer voorbij zien lopen. Tenminste: dat wil ik graag geloven dat hij - toen ik met mijn vriendjes bij het Witte Huis aan het spelen was - richting Maas liep. Hij ging vast naar het Waterfront toe. Had vast met elkaar te maken, die injectienaald en Wally Tax, denk ik nu ook te kunnen geloven. Tax was heel erg rock & roll. Ik vind mijzelf niet rock & roll, maar na het luidkeels joelende optreden van Mummy werd ik toch even aan het twijfelen gebracht. Wat kan twijfelen toch leuk zijn: het laat je een avond lang rock & roll voelen. Ná het optreden broeierige blikken negeren is niet rock & roll, maar je liefje zit thuis te wachten. De biertraktaties van publiek zijn wél weer rock & roll. Dat je vervolgens onhandig goochelend bier over het decolleté van de door een vriendin meegebrachte vriendin heen gooit, is misschien ook wel rock & roll, maar niet zo netjes. Die deinende schipperskinderen ook, met hun zeeziek klotsende bier. Ik stapel de ene op de andere verontschuldiging, mezelf herhalend als een papegaai. Ook niet erg rock & roll. Kom Stefan, laten we maar gaan. Ik moet naar huis. Ik moet naar liefje toe.

Wel rock & roll - 9 februari 2007
door Frank Antonie van Alphen

Langs parkeerplaatsen met namen als ‘Den Bout’ en ‘Eigen Blok’, sjezen we richting Rotjeknor. Parkeerplaatsen waar kassameisjes dapper hun brood proberen te verdienen achter kogelvrij glas; met smerige toiletten en vrachtwagens langs smerig bermgras op zoek naar snelwegsex. En parkeerplaatsen zijn er ook om een verfrissend Spa’tje Blauw te kunnen kopen. Niet rock & roll, wel verstandig.
Lees meer...
Lees minder...

We zijn weer op weg naar een optreden in Rotterdam (in Exit), voor de tweede keer in twee maanden tijd. Niet slecht voor een plattelandsbandje uit Nijmegen. Stefan is spadrinkend de pisang omdat hij moet rijden. Zoals altijd. Ik heb geen rijbewijs, ik kan bier drinken. Soms zit me dat een beetje dwars. Niet het bierdrinken-in-de-auto, maar omdat ik af en toe het stuurwiel niet over kan nemen. Misschien kan ik het een beetje goedmaken. Want de man achter het stuur zit nú al lichtelijk te knikkebollen. Dus tijd voor verhaaltjes. “Heb ik deze al verteld? Mijn broertje werd op toer door Polen een keer aangehouden met zijn band. Dopecontrole. Die Poolse politieman vroeg: ‘Heeft u drugs bij u!?’ Natuurlijk sprong iedereen gelijk uit de bus – dat begrijp je wel - spreidden hun waren op het asfalt uit, en gingen plat op hun buik liggen, met de handen gekruist op de rug.” Stefan reageert niet. “Afijn, die agent dus maar doorvragen: hebben jullie wiet? Nee. Coke? Nee. Speed? Nee. Amfetamine? Nee. Benzedrine. Nee. MÁÁR JULLIE ZIJN TOCH EEN BAND!!!? riep die Poolse agent vertwijfeld maar lachend op zijn slechtste Duits. Lachen hé: ‘Jullie zijn toch een band’, snap je wel?” Stefan glimlacht zoals ze dat alleen in Twente kunnen. Zuchtend trek ik een nieuw blikje bier open. Ik raak de kunst van het verhalenvertellen kwijt, geloof ik. We naderen Rotterdam, de énige stad van Nederland, de (Van) Brienenoordbrug hangt moe van jaren over de Maas. Ik pak Stefans hanepoterige routebeschrijving van het dashboard. Het zal weer een waar feest worden om de plaats van bestemming te bereiken: de binnenstad blijkt opengebroken. We komen stil te staan op een verkeersplein, het Churchillplein, geloof ik. Naast ons stopt een auto met Marokkanen. Een van de jongens begint met een horizontaal gestrekte wijsvinger over zijn bovenlip heen en weer te wrijven. Wij hebben een Duits nummerbord, moet u weten. Net als ik denk dat hij ons voor Adolf uit zit te maken, realiseer ik mij dat die Marokkanen ons dope willen verkopen, en die jongen een snuifbeweging maakt. De jongen stapt uit, loopt trefzeker op onze-auto-met-Duits-nummerbord af, en beduidt het raampje open te draaien. “We zijn gewoon Hollanders hóór,” huttepetut ik kneuterig simplistisch en zwetend, met een beschamende gedachte in mijn hoofd. Het lijkt een belangrijk signaal, die ik-ben-gewoon-een-Hollander-opmerking. De jongen druipt af, stapt in, en het hele verkeersplein zet zich in beweging. Alsof alle auto’s even gewacht lijken te hebben, de afwikkeling van ons kleine toneelstukje ruimte te geven. Stefan heeft al die tijd geen krimp gegeven, geeft nog steeds geen kik en vraagt kurkdroog: “Hoe moeten we nu richting Exit!?” Natuurstoned, noemden we een dergelijke schouderophalende houding op de middelbare school; relaxed zijn in-het-zweet-des-aanschijns-der-dingen. Kijk ‘m daar nou zitten, Stefan. De echte artiest zweet niet, maar glanst. Hij drinkt Spa Blauw. En heeft een deugdelijk rijbewijs. Dat is pas rock & roll.

Mooi rood is lelijk soms - 16 maart 2007
door Frank Antonie van Alphen

De Maas stroomt onder de Van Brienenoordbrug door met schepen en scheepjes richting Noordzee, en de roodkoperen gloed van de zonsondergang. De schepen lijken dicht boven het water te vliegen, op diffuus zweverig zonlicht. Mijn kindertrapauto, waarmee ik in de roef (woning) van het ouderlijk binnenvaartschip meermaals uit de bocht vloog, was roodgekleurd. Rood was ook mijn vaders stikkendlachende hoofd, wanneer hij mij woest trappend door de huiskamer van de Frankie-A zag pezen.
Lees meer...
Lees minder...

Rood zag de menie op de roestige plekken van ons schip. En rood – het bakboordlicht - was de andere kant van groen ook. En rood is de kleur die achter Rotterdam hangt, de mensgemaakte stad waarvan de skyline ’s avonds in het zonlicht verdampt. In de natuur gaat alles vanzelf. De mens moet zijn stad bouwen, ordenen, inrichten, besturen, bestraffen. Rood is de kleur van de vergiftigde zonsondergang die achter de Rottestad hangt; de broeikaspracht van de oververhitte economische gedachte. De mens heeft er een potje van gemaakt, en wij artiesten in beweging vervuilen aardig mee, op weg naar de plaats van optreden. Maar ja: backline en drumstel meenemen in een trapauto is ook weer zowat. Wie weet hoelang zo’n toernee dan gaat duren. Kijk nou toch naar die prachtige zonsondergang! Ze zeggen dat ‘ie zo mooi kleurt in Nederland sinds de industriële revolutie. En ze zeggen ook dat kunstenaar Joseph Buys dat gezegd heeft, dat ons Hollands Licht vanaf dat moment langzamerhand in industrieel licht veranderde, door toenemende uitstoot en luchtvervuiling; het fabriekslicht en stadslicht heeft het licht van Zuiderzee en Noordzee opgezogen. De romantiek van de wuivende golven werd overgenomen door de romantiek van staal en kolen. En de natuurbeschermers lopen sindsdien te hoop totdat ze er rood van aanlopen. En gelijk hebben ze. Al twijfel ik wel op een moment als dit, wanneer we de havenstad binnensjezen. De aanblik van de verre havens doet me de veel verdere Wadden voor even vergeten. En ik ben toch een echte boomknuffelaar. Ik sluit enkele momenten de ogen om vergiffenis aan de Wadden te vragen. Mijn ooglidfilm gloeit vleesroze, met op de achtergrond een kakofonische soundtrack van langsrazend blik en kunststof. “Hoe laat moeten we spelen?” haalt Stefan mij uit mijn privéfilm. “Kweenie. Moet ik even op het contract kijken.” Ik ben helemaal duizelend van al het rood en roze. Ik trek het contract van Mummy’s A Tree uit de eeuwige stapel papieren van Stefans aktetas. “Eh …. is even kijken. Om halfzeven moeten we al soundchecken.” Nou: dat kunnen we vergeten. Na lang zoeken vinden we het jeugd- en jongeren centrum, vlakbij een moskee die in opspraak zou zijn. Ik ben nog nooit in een moskee geweest, dus ik zou dat niet weten. Mag ik wat politici in dit land geloven, zal het niet lang meer duren voordat we allemaal daarbinnen een gebedje zullen moeten prevelen. Ik zie een schietgebedje voordat Mummy’s A Tree gaat optreden bijvoorbeeld, maar geloof dat niet echt. “Hier is het Frank.” We stappen uit. De gevel van het jongerencentrum ziet knalrood. Het haar van het meisje dat ons namens het jongerencentrum lieflijk begroet, ziet rood. De kleur van mijn hoofd ook, nadat ik de recensie van ons concert de volgende dag heb gelezen.

WORM-Festival Rotterdam (sms aan mijn liefje) - 15 juni 2007
door Frank Antonie van Alphen

Lees meer...
Lees minder...

de melancholie
komt hier met
bakken naar be-
neden Ik ben
een weinig
triest, een
weinig tevreden
en de tijd tikt
weg als een vals
gezongen lied
Maar dit is geen
stad voor tries-
te poëzie Dit is
een stad waar
arbeiders woor-
den kakken om
er ferme taal
van te kleien
Dus an die Ar
beit met Mum-
my's A Tree!!
Aanpakken!!

Mummy's A Tree Daglog een (Gelderlander) - 23 juli 2007
door Frank Antonie van Alphen en stefan van den Berg

Na de Nijmeegse Vierdaagse is het nu tijd voor de Vierdaagse van de band Mummy’s A Tree. Op uitnodiging van Rob Stenders zijn we te gast in het programma “Stenders Eetvermaak”. Vier dagen lang - tussen twaalf en twee - moeten we voor het programma onderdeel “Indecent Proposal” door Stenders bedachte opdrachten uitvoeren. Wat zal de 3FM DJ voor ons in petto hebben?
Lees meer...
Lees minder...

Een Silent Disco-optreden in het plaatselijke bejaardentehuis? In onze blote kont - slechts gehuld in gitaar en trom - optreden in Spuiten en Slikken? Nee, Stenders en zijn Daltons hebben iets veel leukers bedacht. Met zo’n bandnaam vraag je er tenslotte om. Verkleed als mummie moeten we in Hilversum een geëigende boom uitzoeken, erin klimmen en een nummer ten gehore brengen. Dat we op zo’n leeftijd nog buiten gaan spelen. Met een handycam van Indecent Proposal worden we geacht het nodige bewijsmateriaal op te nemen. In het centrum zoeken we naar een geschikte boom. Daar, die mevrouw weet misschien een bruikbaar exemplaar. Maar nee, helaas, we zoeken verder. In de buurt van een muziekwinkel vinden we een geschikt tweepersoons, beklimbaar exemplaar. Aan de slag! Onder het geginnegap van het uiterst behulpzame winkelpersoneel wikkelen wij ons in closetpapier. Zo, de mummie is bedacht, nu nog de boom in. Dat blijkt niet mee te vallen. Het is al een hele opgave om simpelweg in de boom te blijven zitten, laat staan spélend te blijven zitten; laat staan te blijven zitten, te spelen en dit ook nog te filmen. Daarom vinden we gelukkig iemand van de muziekwinkel bereid ons avontuur te registreren. Met afgeklemde bloedvaten, trillende benen, maar met ferme hand en standvastige stem, weten we het boomconcert tot een goed einde te brengen. En het Keith Richards-effect te vermijden. Wat zal Stenders morgen voor ons bekokstoven?

Mummy's A Tree Daglog twee (Gelderlander) - 24 juli 2007
door Frank Antonie van Alphen en Stefan van den Berg

Moeten we natuurlijk wel even vertellen waaróm we die opdrachten voor “Stenders Eetvermaak” uit moeten voeren. Simpel: om airplay te verkrijgen voor onze single “Dancing in the light that my baby spreads” (alleen is nog steeds onduidelijk hoé - en via wié dán - de 3FM DJ ons plaatje in handen heeft gekregen). Afijn: dag 2 van onze vierdaagse missie. Opdracht: Naar Amsterdam rijden en Dancing In The Light… ten gehore brengen in de Franse ambassade aldaar. En wel in het Frans vertaald.
Lees meer...
Lees minder...

Hopelijk hebben we de tekst een beetje goed vertaald, in de naar de hoofdstad snellende auto. ‘Je danse dans la lumiére que mon amour radit. Je vole sur le vibes quand mon amour dit qu’elle m’aime encore’. Stefan is het Frans meester, ik bewijs mij als een bruikbaar secretaris. Gewapend met de van Stenders geleende tomtom leggen we het laatste stuk binnen de wirwar der Amsterdamse grachten te voet af, van geparkeerde auto naar Vijzelgracht, waaraan de ambassade en haar culturele kwartier gehuisvest ligt. Wij weten ons – na telefonische vooraankondiging – richting achtertuin van het gebouw te praten. Om aldaar de single aan het dienstdoend personeel ten gehore te brengen. Twee lieftallige dames van het huis assisteren: de een houdt de camera vast om ons op digitaalbeeld te registreren, de ander houdt de gsm in onze richting, om zo een gebrekkige live-verbinding met radio 3 tot stand te brengen. In welhaast perfect Frans gezongen, huppelt een zonnig Dancing… over de door uitbundig zonlicht beschenen prachttuin. We hebben het er weer goed van afgebracht, zij het nipt en kantje boord. Het hing erom, maar we hebben het gehaald. Twee opdrachten voltooid, nog twee te gaan. Terug naar Hilversum om de tomtom van Stenders terug te brengen en op naar morgen. A la prochaine mission.

Mummy's A Tree Daglog drie (Gelderlander) - 25 juli 2007
door Frank Antonie van Alphen en Stefan van den Berg

In welk stoppelig Stenders avontuur zijn we nu weer beland? Geen stoppels, maar stekels. Een net in Artis geboren stekelvarkentje dopen met de naam Martijn Krabbé en hem ‘Isn’t She Loveley’ van Stevie Wonder toezingen? Prima, mijnheer Stenders. En weer zijn we op weg naar Amsterdam, ditmaal naar de dierentuin.
Lees meer...
Lees minder...

Uilengoor, Palmpol en De Slaag vliegen voorbij, reizen gaat soepel met Robs tomtom. Totdat we in de rij staan voor de parkeerplaats van Nederlands oudste dierentuin. Dat wordt wachten. Hebben we mooi even tijd om Stevie in te studeren, met de handsfree gitaar achter het stuur. Knerpend langzaam kruipen Artisbezoekers van het parkeerterrein om plaats te maken voor de ongeduldig wachtende voertuigen. Nog een paar auto’s en…. Ja, we zijn geparkeerd! Tijd ontbrak ons om beschuit met muisjes te halen, maar daarom is ons kraambezoek niet minder oprecht. Rennen, rennen! Van fotoafdeling naar kaartverkoop en via de hoofdingang naar de receptie. Eindelijk wordt ons door de daartoe gevolmachtigde persoon toegang tot het dierenpark verleend, en ligt het uitvoeren van de opdracht binnen handbereik. Nog vijftien minuten te gaan. We worden naar het kraambed geëscorteerd door de voorlichter. Aaaaaaah, daar is de pinnige kleine. Gitaar te voorschijn, stem schrapen, camera ter hand en dan nu wachten op telefonische verbinding met de studio. En wachten… en wachten…. Dan belt 3FM ons met de mededeling de bijdrage kort te houden, omdat anders het programma het nieuws inloopt. Vertel dat de voorlichter van Artis maar eens. Toch kan Stevie’s ode aan Stekeltje helemaal uit worden gespeeld. Alleen die doopnaam mag niet lukken: niemand weet nog of het een mannetje of een vrouwtje is. Bovendien gaat dat zomaar niet. Tenzij je een aanzienlijk bedrag neertelt om de kleine te adopteren. Dan mag je een naam verzinnen. ‘Rob’ bijvoorbeeld? Nee. Stenders vindt dat toch te duur.

Mummy's A Tree Daglog vier (Gelderlander) - 26 juli 2007
door Frank Antonie van Alphen en Stefan van den Berg

We denken de laatste dag even een potje Stenders te gaan schoppen, maar het wordt een rondje stennis trappen rond het mediapark. Gisteren kregen we de opdracht vandaag twee fietsen mee te nemen. In het kader van de Tour de France heeft Stenders Eetvermaak een eigen Rondje Frans op het terrein van het mediapark bedacht. Onze laatste opdracht: als de wiedeweerga twee bekende Nederlanders vinden, op een fiets zetten en een rondje maken.
Lees meer...
Lees minder...

Dat vergezeld van een hele zwik Fransnamigen die door 3FM waren geronseld naar de studio te komen. Het blijkt een hele opgave BN’ers te vinden. Via een gewiekste sluikroute weten wij – in gezelschap van onze huisfotografe – Studio 22 binnen te dringen. Ons was langs officiële weg medegedeeld dat dit enige kans van slagen had. Door de loodsen van de decorbouw wurmen wij ons een weg richting de receptie van de RTL-winterprogrammering, alwaar BN’ers in overvloed aan de borrel zitten. Stefan probeert verschillende celebs te strikken. Maar die blijken op de een of andere manier plotseling in tijdnood te verkeren. “Je moet niet alles doen wat Rob Stenders je opdraagt,” knipoogt Ron Brandsteder ons toe, en wijst naar Froukje de Both dat “die wel wil fietsen.” Helaas: Froukje is ook al op weg naar buiten. En Bridget Maasland op weg naar Luxemburg. Dan vinden we Rick Luyks – die zichzelf geen bekende Nederlander vindt (speelde tòch in Spijkerhoek en Vrouwenvleugel) bereid, met het medium Char op de bagagedrager - en samen met Mummy - het rijwiel te beklimmen. Voor een miniminitour langs de hoofdingang van de receptie waar ons insluipers nóóóóít officieel toegang zou zijn verleend. De minitour verloopt niet onopgemerkt. Paparazzi springen bovenop de zwoegende BN’ers. Dat betekent Stefan van den B en onze huisfotografe Manon B. binnenkort in de privé. Morgen meer in ons laatste daglog.

Mummy's A Tree Daglog vijf (Gelderlander) - 27 juli 2007
door Frank Antonie van Alphen en Stefan van den Berg

Van vier dagen adrenaline raak je aardig geïnspireerd! En in een terug naar huis rijdende auto heb je veel tijd. We bespreken de mogelijkheden van een clip. “Ik stel me een jaren vijftig clipje voor met twee strakgekamde, zingende Mummy’s.” “Maar Stefan, ik wil helemaal niet in een clip spelen, daar ben ik veel te lelijk voor, ik wil me verstoppen achter mijn bekkens”.
Lees meer...
Lees minder...

“Maar je kunt je toch ook verstoppen achter de oude radio, die ik in het begin van de clip in beeld wil brengen.” “Dan is het goed. Misschien kunnen we wel wat oude romantische scènes van Clark Gable, zwijmelend met een Hollywoodschone, inmonteren. Het oog wil ook wat, ten slotte.” “En misschien kunnen we er voor de spanning ook een flinterdun verhaaltje met een ganster in verwerken. En dan Otto vragen, met gleufhoed.” “Droeg hij tijdens optredens met de oude Mummy’s A Tree geen schoorsteenhoed?” “Klopt, Frank” “We moeten voor de clip ook figuranten gaan zoeken die de charleston kunnen dansen.” “Maar dat is toch geen vijftiger jaren?” “Nee, maar zo klinkt ‘Dancing in the light that my baby spreads’ ook niet. Daar zit jump & jive in, vaudeville, swing, een vierkant stoempende gitaar, dat moet ten slotte allemaal treffend in beeld gebracht worden.” “Wie zou dat kunnen filmen, heb jij daar ideeën over?” “Mmmmh, eens kijken, heb jij geen ingang op de filmacademie?” “Nee, maar we zijn wel ooit met de Tivolies benaderd door een IJslandse filmer, maar dat contact werd een beetje vaag. Op een gegeven moment wilde hij afspreken in het Gelredome, omdat hij daar al een afspraak had met de Engelse koningin….” “Misschien dat hij dan ook wel Mummy’s A Tree op koninklijke hoogte in een boom wil filmen” “Ja, goed idee, laten we vooral met ons hoofd in de wolken blijven denken”

Die Zauberflöte (Mozart) - augustus 2008
door Frank Antonie van Alphen

Ik weet niet welke pot honing ik bij het ontbijt heb opengemaakt, maar sinds we hier zijn, heb ik een meute spelende en joelende kinderen achter mij aan zitten. Ik lijk de Rattenvanger van Hamelen wel. Maar niets van dat. Ik ben een serieuze beoefenaar van de popmuziek. “Hoe oud bent u dan mijnheer (ik kan er maar niet aan wennen, aan dat mijnheer)?” ”Nou jongen, kijk maar naar mijn drumstel, dan weet je het.”
Lees meer...
Lees minder...

Wij – de band Mummy’s A Tree – bevinden ons op het Festival Plons in Oeffelt, en moeten hier een concert geven. Dit kersverse festival aan de Maas duurt drie dagen lang, wordt dit jaar voor het eerst georganiseerd, en is allengs de moeite waard om te bezoeken. Tenminste ik hoop dat het volgend jaar weer plaats zal vinden (ook weer 1,2 en 3 augustus dan?). Het ziet er prachtig uit allemaal: tentjes staan verstrooid langs het water, een nog leeg terras van houten tafeltjes en stoeltjes wacht onder de blote hemel op het bezoek van vanavond. Alle begin is moeilijk. Zo’n festival moet groeien, bekend geraken, zich rond gaan spreken; die faam moet groeien. Voorlopig lijken alleen nog maar kinderen (en zwangere vrouwen) gehoor te geven aan alle jolijt. En mijn persoon is vierentwintig uur lang aangewezen als middelpunt van hun aandacht. Ik kan nog geen rustig tukje doen op een paar uitnodigende hooibalen, vlak naast het hoofdpodium, of ik word al als trampoline gebruikt; ’s middags, ’s avonds en de volgende morgen. Kan een drummer dan nooit eens rustig slapen!? Nee, vinden de kinderen, want je moet soundchecken. Ik heb mijn drumstel nog maar net opgesteld - terwijl mijn orkestleider zijn gitaar staat te stemmen - of ik zie zo’n moeder al wijzen: ga maar aan die mijnheer vragen of je ook even mag trommelen. Mozart was tenslotte op zijn vijfde ook al muzikant. Voor ik het weet sta ik, omringd door zo’n bende dreuzels, drumstokken uit te delen. Even meppen allemaal en laat dan deze artiesten even serieus aan de slag gaan. Maar nee. Ook daarna, tijdens het concert zelf, blijken ze nog aanwezig. Mummy’s A Tree heeft schijnbaar een figurantenauditie voor het allerallerlaatste deel van Lord of the Rings georganiseerd. Er zijn nog hobbits nodig. Maar gelukkig hebben hun dansende vaders en moeder het ook naar hun zin, en heeft Mummy’s A Tree weinig te klagen uiteindelijk. Kom ook langs volgend jaar. En vergeet vooral uw kinderen niet mee te nemen.